The solo presentation Light Works #02 shows the work of Bas Bossinade, with whom Van Bakel in his capacity as an architect regularly collaborates. The work on show consists of fluid neons: dozens of neon tubes holding numerous coloured light lines going up and down. The installation also includes the equipment and the servers that control this visual and auditive spectacle. Standing on the pavement, the exhibit is clearly visible through the glass façade. In this dark season, the gallery manifests itself as a luminous showcase, whereby the works of art interact with the city and its visitors.
Materials to create art include the use of light and movement. Light art requires involvement of the spectator. The spectator’s eye is an instrument of reception, and makes looking at art a dynamic viewing experience. Since the 1960s, this has been accelerated by op art, kinetic art and especially pop art: art movements connecting with the modern street scene. The flashing neon lights on Times Square in New York and in Las Vegas are examples of what inspired artists. Using light and movement had an effect on the size of the artworks: these became installations, often relating to the specific site and situation.
Current and future exhibitions in Maurice van Bakel’s Angle Gallery focus on light art and experiments that explore visual perception.
De solopresentatie Light Works #02 is nu gewijd aan Bas Bossinade, met wie Van Bakel in zijn hoedanigheid van architect vaker samenwerkt. Het geëxposeerde werk bestaat uit “fluid neons”: tientallen neonbuizen waarin verschillende gekleurde lichtlijnen klimmen en dalen. Onderdeel van de installatie zijn ook de apparatuur en de servers die dit visuele en auditieve spektakel aansturen. Achter de glazen gevel zijn de getoonde werken ook vanaf de straat te zien. Daarmee manifesteert de galerie zich in dit donkere jaargetijde als een lichtgevende vitrine, waarin de werken een dialoog aangaan met de stad en bezoeker.
Het materiaal waar kunst van wordt gemaakt, is sinds lange tijd uitgebreid met lichtbronnen en beweging. Lichtkunst eist van de kijker een actieve blik. Het oog van de kijker is een instrument in de receptie, waardoor het kijken naar kunst een dynamische kijkervaring is geworden. Sinds de jaren zestig is dat in een stroomversnelling geraakt door opart, kinetische kunst en vooral popart, kunststromingen die aansluiting zochten bij het moderne straatbeeld. De flitsende neonreclames op Times Square in New York en die van Las Vegas zijn voorbeelden van wat kunstenaars inspireerde. De toepassing van licht en beweging had ook gevolgen voor de omvang van het werk: dat werden installaties, vaak gebonden aan de situatie ter plaatse.
Angle Gallery van Maurice van Bakel richt zich met de huidige en toekomstige exposities op die vormen van lichtkunst en andere experimenten die de visuele perceptie onderzoeken.

